Mini meditatie van Tijn Touber

Onlangs deed ik iets wat ik nooit eerder had gedaan: meditatieles geven aan kleine kinderen. Het was op een kinderyogafestival in Amsterdam. De deelnemers varieerden in leeftijd van 3 tot 8 jaar en waren met hun ouders gekomen. Ik had eerlijk gezegd geen idee wat ik moest doen. Zelf heb ik geen kinderen en ik ben niet zo bedreven in het vinden van woorden die bij die leeftijd passen. De zaal zat al vol toen ik binnenkwam. Het ene kind was nog drukker dan het andere. De ouders deden hun best om hun kroost stil te krijgen, zodat we konden beginnen. Ik ging zitten en terwijl ik wanhopig naar een beginnetje zocht, keek ik om me heen. Toen zag ik een Boeddhabeeld staan en kreeg een ingeving. ‘Zien jullie dat beeld?’, vroeg ik. ‘Dat is meneer Boeddha. Hij leefde lang geleden en hij was wereldkampioen stilzitten. Hij kon uren lang onbeweeglijk zitten, alsof hij in slaap was gevallen. Zullen we kijken of we een minuut net zo stil kunnen zitten als meneer Boeddha?’ Tot mijn verbazing deden alle kinderen hun best om precies zo te gaan zitten als het beeld, met dubbel gekruiste benen – een houding die ik na 25 jaar meditatie nog steeds niet onder de knie heb. Maar kinderen zijn natuurlijk van elastiek. Toen ze allemaal in de houding zaten, telde ik tot drie en zaten we een minuut helemaal stil. Het lukte! Niemand bewoog en je kon een speld horen vallen. Meneer Boeddha zou trots zijn geweest. De tweede oefening was een stukje moeilijker: nu moesten we niet alleen stil zitten, maar ook stil zijn en mochten ook helemaal niet denken. Weer telde ik tot drie en opnieuw was het een minuut lang oorverdovend stil. Na afloop keken verschillende ouders mij ongelovig aan. Toen was het tijd voor een laatste krachtproef: een langere geleide meditatie. Ik nam ze mee op avontuur naar een onderwaterwereld en een schat op de bodem van de oceaan. Ik vroeg ze zich voor te stellen dat ze onder water konden zwemmen en dat ze steeds dieper afdaalden in een eindeloze oceaan van stilte, ver weg van de drukke golven en de deining van alle gedachten aan het oppervlak. Op de bodem stond een schatkist. ‘Kijk eens in die kist,’zei ik. ‘Wat ligt daarin voor jou verborgen?’ Toen we weer boven water waren en veilig op het strand zaten, vroeg ik wat er in hun schatkist had gezeten, Een meisje dat helemaal vooraan zat, stak als eerste haar vinger op. ‘Ja , ‘zei ik, ‘wat zat er in jouw schatkist?’ Het antwoord van het meisje was: ‘een iPhone.’

Bron
Tijn Touber
Column uit De Happinez 2014